VASTGOEDECONOMIE
D.Wijne Trommelen
- / 4
1
Hoofdstuk 1: Inleiding
Wat is economie?Economische goederen: goederen die schaars en bovendien nuttig zijn, ze moeten in een behoefte voorzien.Niet alle schaarse goederen zijn economische goederen: straatvuil wel of niet schaars?, het beantwoord niet aan een behoefte. Het is niet nuttig, dus geen economisch goed.
Schaarste: voor de productie van een economisch goed- dus schaars- goed, middelen moeten worden aangewend die daardoor niet meer voor de productie van anderen gebruikt kunne worden.Bv. productie brood: tarwe, arbeid en machine. Deze middelen kunnen doordat ze worden ingezet voor de productie van brood niet meer worden ingezet voor de productie van tarwe koekjes.Let op: economische schaarste valt niet samen met het begrip schaarste zoals dat in het spraakgebruik gehanteerd wordt.
Economie: de wetenschap die zich bezighoudt met de manier waarop de mensen omgaan met de schaarse alternatief aanwendbare middelen met het oog op een optimale behoeftebevrediging.
Data van de economie
❖ Behoefteschema’s van de consumenten: rangschikking van behoeften
❖ Kwantiteit (omvang) en kwaliteiten van de productiefactoren ❖ Juridische en sociale organisatie van de samenleving ❖ Stand van de techniek
Economische disciplines
Micro- economie: één gezin of bedrijf
Meso- economie: groep bedrijven (sectoren of bedrijfstakken)
Macro- economie: land
Invloed overheid op vastgoedmarkt: ruimtelijk beleid, fiscale wetgeving (hypotheekrente aftrek) en milieueisen.
Open karakter Nederlandse kapitaalmarkt: toegankelijkheid van de markt voor investeerders, zowel nationaal als internationaal, en de mogelijkheid om kapitaal vrij te laten stromen.
- Internationale investeerders
- Buitenlandse financiering: Nl bedrijven mogelijkheid om financiering te verkrijgen van
buitenlandse bronnen.
Grensoverschrijdende transacties: Nl staat open voor buitenlandse investeerders om vastgoed in Nl te kopen en Nl investeerders kunnen investeren in vastgoed buiten Nederland.
Vastgoedfondsen en beleggingsmaatschappijen: Nl goed ontwikkelde markt hiervoor. Deze fondsen bieden investeerders de mogelijkheid om te participeren in de diverse vastgoedportefeuilles en- projecten. Wordt kapitaal aangetrokken van zowel nationale als internationale beleggers.
Transparantie en regelgeving: Nl kapitaalmarkt kenmerkt zich door transparantie en goede regelgeving. Biedt investeringen, financiering en samenwerking met nationale en internationale partijen→ leidt tot groei en ontwikkeling van de vastgoedsector in NL.
- / 4
2
Micro-economie ❖ Beziet de economische verschijnselen voor de individuele producenten, inkomenstrekkers en consumenten.❖ Schenkt vervolgens aandacht aan de relaties tussen deze afzonderlijke huishoudingen.❖ Relaties tussen proces van prijs- en inkomensvorming speelt hierbij een belangrijke rol.
Micro-economie behandelt de volgende onderwerpen:
- Vraag en consument
- Aanbod en producent samengevat onder de noemer: prijstheorie
- Werking van het prijsmechanisme
- Inkomensvorming en inkomensverdeling
1.Vraag en consument ▪ Consumenten of verbruikers: personen of huishoudens die goederen en diensten consumeren die worden geproduceerd in de economie.▪ Budget wordt gebruikt zodat het nut van de consument wordt gemaximaliseerd
▪ Nut: de eigenschap (het vermogen) van een goed om in behoeften te voorzien.
▪ Nutmaximalisatie: hangt af van de voorkeuren, of preferenties, van de consument ten opzichte van de te consumeren goederen pakketten die binnen zijn budget liggen.▪ Effectieve vraag: afhankelijk van het aanbod van goederen in welke mate tegemoet kan worden gekomen aan de vraag en hoeveel er daadwerkelijk wordt geconsumeerd.
2.Aanbod en producent
▪ Aanbod: geeft de beschikbaarheid van goederen en diensten aan.
▪ Productie: het geschikt maken van goederen en diensten voor het gebruik
Verschillende ondernemingsvormen Eenmanszaak ▪ Één persoon volledige eigenaar en verantwoordelijke voor het bedrijf.▪ Eigenaar draagt financiële en juridische verantwoordelijkheid voor het bedrijf.
Vennootschap onder firma (vof) ▪ Twee of meer personen runnen samen bedrijf ▪ Gezamenlijk verantwoordelijk en delen winsten en verliezen van het bedrijf.
Besloten vennootschap (bv) ▪ Juridische entiteit waarbij het kapitaal verdeeld is in aandelen ▪ Beperkte aansprakelijkheid eigenaren: persoonlijke bezittingen niet direct bedreigd door financiële verplichtingen van het bedrijf.▪ Afzonderlijke rechtspersoonlijkheid
Naamloze vennootschap (nv) ▪ Vergelijkbaar met bv, maar complexere structuur en vaak gebruikt door grote bedrijven die openbaar verhandelbare aandelen hebben.▪ Kapitaal verdeeld in aandelen ▪ Aandeelhouders beperkte aansprakelijkheid.
Coöperatie ▪ Groep individuen of bedrijven zich verenigt om gemeenschappelijke belangen te behartigen.
Maatschap ▪ Samenwerkingsverband tussen twee of meer personen waarbij elke partner bijdraagt aan het bedrijf en winsten en verliezen worden gedeeld.▪ Gebruikt door medische, juridische en accountancysectoren.
- / 4
3
Productiefactoren ▪ Arbeid ▪ Natuur (grond, water, milieu etc.) ▪ Kapitaal
- Kapitaalgoederen: goederen die in het productieproces kunnen worden aangewend om weer
nieuwe kapitaalgoederen te produceren of om met behulp daarvan consumptiegoederen te produceren.
vaste kapitaalgoederen: gebouwen en machines
vlottende kapitaalgoederen: na één productieproces volledig verbruikt of versleten.
o Geldkapitaal: vermogen dat in kapitaalgoederen is gestoken.
o Interest: beloning van het vermogen.
▪ Ondernemerschap: ondernemer brengt de productiefactoren arbeid, kapitaal en natuur bij elkaar in het productieproces om goederen en diensten te produceren.
3.Prijsmechanisme ▪ Vrije spel van vraag en aanbod ▪ Vrije economie: marktmechanisme bepaald de verdeling van de beschikbare productiefactoren naar de verschillende productcategorieën.
4.De inkomens- en vermogensverdeling Inkomen: beloning die iemand toevalt op grond van zijn productieve prestaties gedurende een periode.Vermogen: het geldkapitaal dat in kapitaalgoederen zoals gebouwen en machines in gestoken.Inkomenstheorie: houdt zich bezig met de verklaring van de hoogte van het loon, de rente/pacht, de interest en de winst.
Primaire- inkomensverdeling: bestaat uit de som van de inkomenscategorieën loon, rente/pacht, interest en winst, voor dat sociale premies en belastingen zijn geheven.Secundaire- inkomensverdeling: door belastingheffing en sociale uitkeringen kunnen in de primaire inkomensverdeling belangrijke veranderingen worden aangebracht.Nivellering: door de overheid op niet-gelijke wijze verkleinen van de individuele inkomens.
Meso-economie ❖ Betrekking op de economie op een hoger aggregatieniveau dan micro-economie ❖ Bestudeert de economie op het niveau waarop bedrijven en consumenten zijn samengevoegd en ingedeeld naar sectoren en bedrijfstakken.❖ Meso- omgevingsfactoren: de voor een individuele organisatie externe onbeheersbare, maar enigszins beïnvloedbare, factoren in de directe omgeving.❖ Kenmerkend: gaat om onbeheersbare slechts beperkt beïnvloedbare externe omgevingsfactoren op het niveau van de bedrijfstak of bedrijfskolom.
Concurrentie/ mededinging ▪ Concurrentie: proces van onderlinge afhankelijkheid tussen autonome organisaties, dat de langetermijnrentabilitieit van de gemiddelde onderneming binnen de bedrijfskolom beïnvloed.▪ Ondernemingsconcurrentie: wanneer organisaties elkaar beconcurreren met producten, diensten en merken die binnen een bepaalde productiecategorie elkaars substituten zijn.▪ Concurrentiegraad: mate waarin het aantal onafhankelijke aanbieders, afnemers of intermediairs op de markt voor een bepaald product of dienst beperkt is, dan wel de mate waarin de marktaandelen over verschillende medeaanbieders of afnemers zijn verdeeld.
Bedrijfsomgeving ▪ Bedrijfsomgeving: werkelijkheid waarmee de onderneming wordt geconfronteerd en die haar gedrag bepalen met betrekking tot bijvoorbeeld inkopen, verkopen, marktontwikkeling, concurrentie en personeelsbeleid.▪ Directie omgevingsfactoren: de marktpartijen van de onderneming op haar in- en verkoopmarkten (toeleveranciers, distributiekanalen en afnemers)
- / 4