Handboek diagnostiek in de leerlingbegeleiding, kind en context Samenvatti ng, AOLB3, Gedrag in de klas, Sinja Wildeboer Verschueren & Koomen – handboek diagnostiek in de leerlingbegeleiding, kind en context.................................2 H8 Executieve functies..........................................................................................................................................2 H10 Zelfconcept....................................................................................................................................................4 H12 Opvoeding en gezin.......................................................................................................................................7 H13 Relaties tussen kinderen op school...............................................................................................................9 H14 Didactisch en pedagogisch handelen van leerkrachten..............................................................................11 H15 Interacties tussen leerkrachten en individuele leerlingen..........................................................................14 1 / 3
VERSCHUEREN & KOOMEN – HANDBOEK DIAGNOSTIEK IN DE LEERLINGBEGELEIDING, KIND EN
CONTEXT
H8 EXECUTIEVE FUNCTIES
8.1 THEORETISCHE ACHTERGROND
EF (executieve functies):
-Verzamelnaam voor cognitieve processen oInhibitie: vermogen om dominante, voor de hand liggende gedragingen, gedachten of emoties onder controle houden oWerkgeheugen: vermogen om mentale representaties van de werkelijkheid te updaten en verwerken oCognitieve flexibiliteit: vermogen om te wisselen tussen verschillende mentale sets of perspectieven
Hogere orde EF: redeneren, probleemoplossingsvaardigheden, plannen
-Maken doelgericht complex menselijk handelen mogelijk
8.1.1 SPECIFIEKE EXECUTIEVE FUNCTIES
INHIBITIE
- vormen van inhibitie (Diamond 2013)
-Cognitieve inhibitie: inhibitie op niveau van gedachten en herinneringe
oStroop task: kleur van de print van woorden te noemen blauw
-Gefocuste aandacht: inhibitie op het niveau van perceptie
oFlanker task: bijvoorbeeld in een reeks van 5 pijlen de richting van de middelste pijl bepalen (top-down controle die moet worden uitgevoerd)
-Gedragsinhibitie: inhibitie op het niveau van gedrag
oGo/no-go task: deelnemer drukt op een toets bij het zien van een bepaalde stimulus, bij een andere bepaalde stimulus mag de deelnemer niet reageren
Interferentiecontrole: gefocuste aandacht en cognitieve inhibitie samen
WERKGEHEUGEN
Tijdelijk vasthouden en verwerken van informatie
Multicomponententheorie (Baddeley 1986):
-Centrale verwerker die in verbinding staat met:
oFonologische loop voor opslag en verwerking van verbale informatie oVisuospatieel werkblad voor de opslag en verwerking van niet-verbale informatie Cijferreeksen-achterwaarts: deelnemer moet een reeks van achtereenvolgens aangeboden cijfers in omgekeerde volgorde zeggen (onderdeel van WISC en WAIS)
COGNITIEVE FLEXIBILITEIT
Cognitieve perspectieven: wisselen tussen verschillende gezichtspunten en strategieën ten aanzien van een probleem waarvoor een oplossing wordt gezocht
Sociale perspectiefneming: wat denkt en voelt de ander?
Wisconsin card sorting test (WCST): kaarten een voor een sorteren zonder de sorteerregel te kennen, op basis van feedback krijgt de deelnemer te horen of de juiste regel wordt toegepast. Na een correcte reeks van 10 wijzigt de onderzoeker de sorteerregel, de deelnemer moet voldoende flexibel zijn om alternatieven uit te proberen
-Nadeel: meet ook andere processen naast flexibiliteit
Taak-switchparadigma test: bestaat uit 2 regels, gerelateerd aan bivalente stimuli, in 1 taakblok reageert de persoon op de vorm, tweede taakblok de kleur en derde taakblok worden regels gewisseld 2 / 3
-Herhalingstrials en afwisselingstrials
HOGERE ORDE EF
Plannen en organiseren, redeneren en probleemoplossingsvaardigheden
AFFECTIEF-MOTIVATIONELE ASPECTEN VAN EF
Hot executieve functions: controleprocessen die aangewend worden wanneer men in motivationeel of emotioneel belangrijke situaties moet handelen Iowa gambling task: 1 kaart kiezen van 1 van de 4 stapels, vervolgens worden ze beloond met 50/100 dollar, bij sommige beurten verliezen ze een geldbedrag er zijn 2 voordelige en 2 nadelige stapels Delay-of-dratification task: deelnemers kiezen tussen een kleine onmiddellijke beloning of een grote uitgestelde beloning (keuze voor onmiddellijke beloning is typisch voor ADHD)
8.1.2 EF EN ONTWIKKELING
Volgt in belangrijke mate het ritme van de ontwikkeling van de hersenen, zolang er voldoende stimulatie wordt aangereikt om die nieuwverworven EF effectief te gebruiken én te optimaliseren -Prefrontale cortex is belangrijks
8.1.3 EF EN CONTEXT
RELATIE TUSSEN KIND EN OUDER
Centraal staan de volgende concepten:
-Warm, responsief opvoedingsklimaat en veilige gehechtheid -Scaffolding -Taalstimulatie
RELATIE TUSSEN KIND EN SCHOOLCONTEXT
Met name onderwijstransities die steeds zwaardere eisen stellen aan de zich ontwikkelende EF van het kind, adolescent of volwassene
Van belang hierbij zijn:
-Warme en hechte leerkracht-leerlingrelaties -Positieve peerrelaties -Structuur en instructiekwaliteit
8.2 IMPLICATIES VOOR DIAGNOSTIEK
Naarmate kinderen ouder worden neemt de zelfregulatie toe, echter de onderliggende processen kennen ieder hun eigen ontwikkelingspatroon tot aan volwassen niveau van functioneren Een verstoorde ontwikkeling in EF kan leiden tot probleemgedrag bij leer- en ontwikkelingsstoornissen (verklarende diagnostiek)
-ADHD: problemen met inhibitie, werkgeheugen en plannen
-ASS: problemen met cognitieve flexibiliteit en het kunnen aanpassen van gedrag aan nieuwe omstandigheden
Problemen bij het meten van EF:
-EF wordt vooral op de proef gesteld in nieuwe, onbekende situaties -Psychologische testsetting: is vaak gestructureerd, waardoor er in mindere mate een beroep wordt gedaan op EF -Bijdrage van basisprocessen zoals visuele perceptie en geheugen: beïnvloeden de prestatie op een EF- test
- / 3