- / 4
Voorwoord Voor u ligt de Integrale opdracht van de Master Management, Cultuur en Verandering. Met deze integrale opdracht integreer ik de opgedane kennis en vaardigheden uit de eerste vier masterclasses en sluit ik mijn eerste leerjaar af.De afgelopen jaren blijk ik ‘van nature’ beweging te creëren met een team. Bij het begeleiden van volgende veranderingen wil ik meer theoretische basis hebben om die vaardigheden beter te benutten.Van november x tot april x werk ik als directeur op X; een school voor speciaal
onderwijs in X. Deze school is onderdeel van Koninklijke X: een landelijke
organisatie voor onderwijs en zorg aan mensen die doof, slechthorend of doofblind zijn of een taalontwikkelingsstoornis hebben. Tegelijk met het afsluiten van de eerste fase van mijn studie, verander ik als ‘frisse midden vijftiger’ van functie, organisatie en team. Per april 2024 start ik als hoofd van een gedragskundige dienst bij een regionale organisatie voor zorg en dienstverlening aan mensen met een beperking in X en X.Panta Rhei betekent "Alles Stroomt". Volgens de Griekse filosoof Heraclitus is verandering de enige constante; alles is in beweging. Die beweging vind ik terug in mijn loopbaan. Naast interesse in het menselijk (medewerker)gedrag, vind ik het in mijn vak belangrijk om te weten wat veranderen betekent voor mensen.Wanneer gaan mensen ‘bewegen’? Hoe realiseerde ik bijvoorbeeld verandering met het schoolteam? Hoe ervaren mensen het veranderen en hoe gaan ze ermee om? Wat vraagt dat van mij als leider? Hoe kan ik mensen faciliteren bij een verandering en voor welke elementen moet aandacht zijn? Dit soort vragen en mijn behoefte tot het leveren van een hoge kwaliteit van leiderschap, vormen mijn motivatie voor de Master Management, Cultuur en Verandering.Bij deze integrale eindopdracht werk ik samen met meerdere mensen, waarvoor dank. Ten eerste x, die ontwikkelingsprogramma fase 1 verzorgt. Juist als ik denk dat ik mijn onderzoeksvraag helder heb, weet hij met zijn scherpe vragen verwarring te creëren. Ik vind dat niet gemakkelijk, maar ik weet dat juist die verwarring noodzakelijk is in het onderzoeksproces. De Masterclass-docenten x (strategisch management), x (toegepaste organisatiekunde), x (organisatiepsychologie) en x (organisatie en cultuur) voor hun lessen. Ik dank het team en mijn studiebegeleider van X voor de opdrachten en de ruimte om ze uit te voeren. De professionals van X (teamleden, P&O adviseurs, collega leidinggevenden) wil ik bedanken voor de sparring en hun input tijdens de gesprekken. Naast mijn studiegenoten fungeren zij als mijn critical friends. 2 / 4
Inhoudsopgave Inhoudsopgave Voorwoord.............................................................................................................................................................2 Inhoudsopgave.....................................................................................................................................................3 Samenvatting........................................................................................................................................................4
- Inleiding.............................................................................................................................................................6
- Literatuuronderzoek.......................................................................................................................................15
- Onderzoeksontwerp.......................................................................................................................................26
1.1 Organisatie..........................................................................................................................................................6 1.2 Socialisatie nieuwe medewerkers.......................................................................................................................8 1.3 Visie op Management van Cultuur en Verandering.............................................................................................8 1.4 Probleemanalyse...............................................................................................................................................10 Relevantie onderzoek..................................................................................................................................10 1.5 Probleemdefinitie...............................................................................................................................................12 Doelstelling...................................................................................................................................................12 Afbakening...................................................................................................................................................12 Centrale vraag.............................................................................................................................................12 Theoretische deelvragen.............................................................................................................................12 Empirische deelvragen................................................................................................................................14 Voorlopig onderzoeksmodel........................................................................................................................14 Leeswijzer....................................................................................................................................................14
2.1 Organisatiesocialisatie.......................................................................................................................................15 Inwerkplan....................................................................................................................................................17 2.2 Effectieve participatie........................................................................................................................................17 2.3 Affectieve betrokkenheid...................................................................................................................................19 2.4 Professionele cultuuraspecten en leiderschapsstijl die bijdragen aan effectieve participatie en affectieve betrokkenheid...................................................................................................................................................21 Professionele (leer)cultuur...........................................................................................................................21 Leiderschap..................................................................................................................................................23
3.1 Type onderzoek.................................................................................................................................................26 3.2 Context en respondenten..................................................................................................................................26 3.3 Meetinstrumenten.............................................................................................................................................26 3.4 Procedure en analyses.......................................................................................................................................28 Analyses.......................................................................................................................................................28 Betrouwbaarheid en validiteit.......................................................................................................................28 Databronnen en onderzoeksopzet..............................................................................................................28 Reflectie...............................................................................................................................................................32 Literatuurlijst.......................................................................................................................................................35 Bijlage..................................................................................................................................................................39 Bijlage 1 Interviewgids.................................................................................................................................39 3 / 4
Samenvatting Tussen x en x maakt X – een school voor speciaal onderwijs in X een flink aantal big bang veranderingen door. Vanaf schooljaar 2022-2023 is er sprake van organisatieontwikkeling in de school.Wil de school haar focusstrategie (Johnson et al., 2024) blijven realiseren dan is het noodzakelijk dat haar expertise op peil blijft. Empirisch gezien duurt het opbouwen van de expertise van de teamleden gemiddeld zeven jaar. Dit maakt het van belang om nieuwe medewerkers te binden aan de school. Nadat de school met succes haar selectieproces heeft geoptimaliseerd, wil het team zich richten op de socialisatie van nieuwe medewerkers. Te beginnen met een inwerkplan dat eraan bijdraagt dat nieuwe collega’s effectief kunnen participeren en affectief betrokken raken bij de school.Dit onderzoeksvoorstel beschrijft hoe de school tot een dergelijk inwerkplan kan komen. De onderzoeksdoelstelling is het inventariseren factoren die van belang zijn in het inwerkplan van X, zodat nieuwe medewerkers effectief kunnen participeren en affectief betrokken raken bij de school. De theoretische- en praktijkinzichten uit dit onderzoek worden verwerkt in het inwerkplan voor X en tot een leidraad voor andere scholen bij het ontwerpen van hun eigen inwerkplan voor nieuwkomers. Via vooronderzoek voor de probleemanalyse is de volgende
centrale vraag geformuleerd:
Welke factoren zijn van belang voor het inwerkplan van X, zodat nieuwe medewerkers effectief participeren en affectief betrokken raken bij de school?Na literatuuronderzoek rond de kernbegrippen organisatiesocialisatie, inwerkplan, effectieve participatie en affectieve betrokkenheid is een definitief onderzoeksmodel opgesteld. Vervolgens wordt een kwalitatief onderzoek voorgesteld, waarbij aan achtentwintig medewerkers van X (veertien eerdere nieuwkomers en hun veertien inwerk- collega’s) via semigestructureerde groepsinterviews word gevraagd naar hun ervaringen en verbetersuggesties. Er is voor groepsinterviews gekozen om kwalitatieve data te kunnen verzamelen vanuit het gezamenlijk reflecteren op het (inwerk)proces. Gezamenlijke reflectie sluit aan bij de professionele (leer)cultuur van X X.Het onderzoeksvoorstel zal worden voorgelegd aan de opdrachtgevers. Wanneer zij het onderzoek (laten) uitvoeren, zal er na analyse van de resultaten waardevolle informatie beschikbaar komen voor de opbouw van het inwerkplan.Een opbouw die bijdraagt aan de focusstrategie van de school, effectieve participatie van nieuwe medewerkers en affectief betrokken medewerkers op X X.
- / 4