- / 6
1
- / 6
Voorwoord
Voor u ligt een onderzoek naar de overdracht tussen voorschoolse opvang en de basisschool gericht op kinderen met een taalachterstand’. Deze scriptie is geschreven in het kader van mijn afstuderen aan de opleiding Toegepaste Psychologie aan Saxion Hogeschool te X . Van september 2018 tot en met februari 2019 heb ik dit onderzoek uitgevoerd voor basisschool x te X .
Graag wil ik mijn dank uitspreken naar mijn beide begeleiders. X (1 e begeleider) voor haar ondersteuning en feedback op het onderzoek, maar ook voor de momenten dat ik stress ervaarde en zij mij rust en uitleg kon geven. X (2 e begeleider) wil ik graag danken voor het meedenken en de kritische feedback. Daarnaast gaat mijn dank uit naar X als opdrachtgever en als begeleider tijdens het onderzoek. Tot slot wil ik graag mijn familie en vrienden danken voor hun steun tijdens het schrijven van mijn scriptie. In het bijzonder wil ik X en X danken voor hun feedback die zij mij gegeven hebben tijdens de uitvoering van het onderzoek.
Ik wens u veel leesplezier
X, 2019
2
- / 6
Samenvatting
In opdracht van basisschool x is er onderzoek gedaan naar de overdracht tussen de voorschoolse opvang en de basisschool, specifiek gericht op kinderen met een taalachterstand. Er werd geconcludeerd door de voorschoolse opvang dat de komende jaren 60% van de kinderen binnen zal komen met een taalachterstand. De directrice van basisschool x wilde weten hoe deze kinderen geregistreerd en begeleid kunnen worden. De bevindingen van dit onderzoek kunnen zorgen voor een doorgaande lijn tussen de voorschoolse opvang en de basisschool. De hoofdvraag voor dit onderzoek is als volgt geformuleerd; ‘Welke manieren van overdracht kunnen op basisschool x worden gebruikt zodat kinderen met een taalachterstand worden geregistreerd en begeleid?’
Om antwoord te geven op de vraag zijn er, doormiddel van persoonlijke communicatie, drie groepen in het onderzoek betrokken. De eerste groep omvat leerkrachten van basisschool x De tweede groep omvat pedagogisch medewerkers van de voorschoolse opvang, waar de meeste kinderen vandaan komen. De derde en laatste groep omvat leerkrachten van basisscholen in de regio Zutphen. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van diepte-interviews. De respondenten zijn via de mail benaderd en vervolgens zijn er afspraken gemaakt om een interview af te nemen.
Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat er een warme overdracht gehanteerd moet worden voor kinderen met een taalachterstand. Kinderen waarbij geen taalachterstand is geconstateerd kan een koude overdracht gehanteerd worden. Daarnaast blijkt dat volgens de leerkrachten van basisschool x alleen de ouders belangrijk zijn bij de overdracht, terwijl de pedagogisch medewerkers ouders, leerkrachten en hunzelf belangrijk vinden bij de overdracht. De leerkrachten van basisschool x willen graag een nauwe samenwerking tussen de voorschoolse opvang en de basisschool. Dit kan gerealiseerd worden door één aanspreekpunt te creëren voor de overdracht. Daarnaast geven alle respondenten aan het een resultaatgericht en leuk idee te vinden om bij elkaar te gaan kijken.Daardoor krijgen de leerkrachten een beeld waar het kind vandaan komt en weten de pedagogisch medewerkers waar het kind heen gaat.
Het advies is om een toegepast psycholoog een training te laten geven over communicatie en samenwerking. Daarnaast moet er één aanspreekpunt voor de overdracht komen waardoor er een doorgaande lijn gerealiseerd wordt. Andere adviezen waren om de leerlijnen van het Ontwikkelings-volgmodel te integreren binnen het onderwijs, een toestemmingsformulier door de gemeente op te laten maken en een voor- vroegschoolse educatie programma aan te schaffen op basisschool x
3
- / 6