- / 4
Voorwoord Voor u ligt mijn eindopdracht fase 1. Ik ben X, 22 jaar. Sinds 2005 werk ik als leerkracht in het basisonderwijs. Ik heb diverse groepen gehad, maar sta momenteel voor groep 5/6. Daarnaast ben ik leerkracht van de boven schoolse x. Vooral dit laatste heeft mijn passie en heeft er mede in geresulteerd dat ik in 2022 ben begonnen met de HBO Bacheloropleiding toegepaste psychologie specialisatie kind- en jeugdpedagogiek.Ik ben als moeder en leerkracht geïnteresseerd in het gedrag van jongeren. Waar het vandaan komt en hoe je er (positieve) invloed op kunt uitoefenen. Waarom jongeren doen wat ze doen en hoe ze daartoe geïnspireerd worden door wat volwassenen als voorbeeld laten zien. Hoe ze zich voelen en of wij daar iets aan kunnen doen. Met name in mijn werk voor de x steek ik bij leerlingen meer in op psychologische processen dan in de klas. Motivatie, mindset, leren leren en filosofie zijn gebieden die in de lessen van de x aan de orde komen. Hier kan ik vaak meteen aan de slag met zaken die ik tijdens mijn colleges geleerd heb. Dit vind ik een uiterst boeiend proces en deze studie is dan ook een heerlijke uitdaging voor me.Mijn propedeuse jaar sluit af met deze eindopdracht. In deze opdracht hoop ik de eerste 3 fases van de cyclus van onderzoek uit te voeren; uitvoeren, analyseren en rapporteren (Van der Velde, Jansen en Dikkers, 2024) Zoals altijd gaat mijn dank uit naar mijn gezin. Mijn man en kinderen zijn mijn veilige haven, waarbinnen ik de liefde en de rust vindt om een studie als deze met alle drukte van dien te kunnen volgen. Hun support is mij tot grote steun!Daarnaast wil ik u als beoordelaar bedanken voor het beoordelen van deze eindopdracht. Dank u wel voor de tijd en aandacht die u hieraan besteedt en de feedback die ik hiervoor mag ontvangen. 2 / 4
- / 4
Samenvatting De aanleiding voor het onderzoek wat dit verslag beschrijft, is de eindopdracht voor de propedeusefase van mijn opleiding HBO Bachelor toegepaste psychologie.De keuze voor het onderwerp ligt in zowel de professionele als de persoonlijke sfeer. Ik kom in mijn werk als leerkracht met onder andere hoogbegaafde leerlingen in deze doelgroep vrij vaak eenzame leerlingen tegen. Dit zijn leerlingen die binnen een jaar naar het voortgezet onderwijs zullen gaan.Als professional maar ook als mens raakte ik geïntrigeerd door de vraag in hoeverre jongeren nu eigenlijk te maken hebben met gevoelens van eenzaamheid wanneer zij op het voortgezet onderwijs terecht komen.Uit onderzoek van o.a. Eric Schoenmakers (2024) en Gerine Lodder (2024) blijkt dat tussen de 3 en de 10% van de jongeren chronisch eenzaam is. Toen dit specifiek gemeten werd in de regio Haaglanden (2024), bleek uit dit onderzoek dat ruim 40 % van de ondervraagde jongeren zich “matig tot zeer ernstig” eenzaam voelt.Naar aanleiding van deze cijfers werd voor dit onderwerp gekozen en is de volgende
probleemdefinitie geformuleerd: ‘
“Het achterhalen van de mate waarin jongeren op het Calvijn College eenzaamheid ervaren met als doel dit onderwerp meer bespreekbaar te maken en zo mogelijk d.m.v. interventies op maat de eenzaamheid op termijn reduceren.” De onderzoeksmethode waarvoor gekozen werd is kwantitatief beschrijvend onderzoek in de vorm van een vragenlijst die eenzaamheid meet bij kinderen en jongeren; de LEKA. (Goossens, 1990) Deze vragenlijst is afgenomen bij 300 leerlingen (150 jongens, 150 meisjes) van het Calvijn College te Goes in de leeftijdscategorie 14-16 jaar. De In dit verslag leest u na de inleiding een relevant, wetenschappelijk theoretisch kader, waarin de achtergronden van het onderwerp grondig zijn onderzocht. Hierna volgt een verantwoording over het onderzoekmodel, -ontwerp en -methode, waarna een analyse en aanbevelingen worden gepresenteerd. Het verslag wordt vervolgens afgesloten met een reflectie op het onderzoek, literatuurlijst en bijlagen.
- / 4