© WalburgPers Educatief 1 De Kern van de Economie havo 1 - uitwerkingen
- Consumenten en producenten en
markten: de theorie
4.1 Prijsvorming op markten
- a Leg uit waarom een vraagcurve een dalend verloop heeft.
Consumenten vragen minder van een goed naarmate de prijs hoger is, terwijl bij een lagere prijs de gevraagde hoeveelheid stijgt.
b Leg uit waarom een aanbodcurve een stijgend verloop heeft.Bij een lagere prijs bieden ondernemingen minder van een goed aan op de markt, maar bij een hogere prijs wordt er een grotere hoeveelheid aangeboden.
- Stel dat de vraagcurve van paraplu’s naar rechts verschuift. In de figuur hieronder
is dat getekend.a Wat is hiervan een mogelijke oorzaak?De vraag naar paraplu’s is toegenomen doordat het langer en vaker regent. Een andere mogelijke oorzaak is de stijging van het inkomen van de vragers, waardoor ze meer van dit product kopen. Bevolkingsgroei of immigratie zorgt ook voor een grotere vraag.
b Wat gebeurt er met de evenwichtsprijs?Bij een verschuiving naar rechts van de vraagcurve stijgt de evenwichtsprijs.
c Wat gebeurt er met de evenwichtshoeveelheid?De evenwichtshoeveelheid neemt tevens toe.
- a Leg het verschil uit tussen een abstracte en een concrete markt.
Een concrete markt is een plek waar vragers en aanbieders bij elkaar komen om een product te verhandelen. Een concrete markt kan men daadwerkelijk bezoeken. Een voorbeeld is de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Een abstracte markt is bijvoorbeeld de arbeidsmarkt, die zich niet op een plek bevindt en waar de vragers en aanbieders niet fysiek aanwezig zijn.
b Wat voor markt is de huizenmarkt? Motiveer het antwoord.De huizenmarkt is een abstracte markt. Het gaat om de totale vraag naar en het totale aanbod van huizen. Er is geen plek waar alle vragers en aanbieders bij elkaar komen.
4.2 De individuele- en de collectieve- vraagfunctie
- Bekijk de twee individuele-vraagcurven van frisdrank en beantwoord daarna de
- / 1
volgende vragen.a Hoeveel flessen frisdrank kopen Pieter en Ingeborg ieder afzonderlijk als de prijs van een fles € 1, - is? Hoeveel kopen ze dan samen?Pieter koopt vijf flessen en Ingeborg koopt twee flessen. In totaal worden er zeven flessen gekocht bij een prijs van € 1,-.