Case studies Wat, wanneer en hoe?
H1: Wat zijn eigenlijk case studies?
1.1 Inleiding Om sociale verschijnselen te bestuderen gebruiken we allerlei strategieën. Deze kunnen ruwweg onderverdeeld worden in ‘extensieve’ en ‘intensieve’ benaderingen. In een extensieve benadering verzamelen we informatie over relevante eigenschappen van een groot aantal voorbeelden van dat verschijnsel, onderzoek ‘in de breedte’. We trekken daarna onze conclusie door alle informatie bij elkaar te voegen en vervolgens gemiddelden te nemen, correlaties tussen gemeenschappelijke eigenschappen van al die voorbeelden te berekenen en te interpreteren (vb. enquêtes). Intensieve benaderingen zijn een alternatief. Daarbij focust de onderzoeker op slechts één specifieke persoon (of organisatie, of geografische eenheid), of op slechts een handvol van zulke eenheden, om het verschijnsel meer ‘in de diepte’ te kunnen onderzoeken. Elk voorbeeld wordt bestudeerd in zijn eigen specifieke context, en veel gedetailleerde dan in extensief onderzoek. De ontwikkeling van het verschijnsel wordt als het ware op de voet gevolgd (vb. Case Studie).
1.2 Verschijnselen en cases Het onderscheid tussen het te onderzoeken verschijnsel en de case(s) is belangrijk. Dat is al duidelijk als we ons realiseren dat we nooit ‘alle’ aspecten van een case bestuderen; we stellen bepaalde vragen, we gaan zoals in alle onderzoek uit van een probleemstelling. Een case is een afbakening naar tijd, plaats en omstandigheden waarin het verschijnsel bestudeerd wordt. Bedenkt dat een case pas interessant is als deze naar andere cases, met andere woorden naar het overkoepelende verschijnsel, verwijst. Een case is altijd een case van iets. Als je een case studie doet, moet je er dus altijd bij vertellen voor welk verschijnsel je die case als voorbeeld hanteert.Actoren kunnen zich op microniveau, mesoniveau en/of macroniveau bevinden. Bij microniveau gaat het over één persoon, bij mesoniveau over een organisatie en op macroniveau gat het over een lokaal sociaal systeem bijvoorbeeld. Maar bij elk van deze vormen, ook daar waar één actor centraal staat, zijn allerlei andere actoren betrokken: vrijwel niemand leeft volstrekt geïsoleerd en elke organisatie staat in een spanningsveld met andere.Bij case studies meer in het algemeen zijn we natuurlijk ook in causale relaties geïnteresseerd, maar we richten ons daarnaast en in de eerste plaats op gedetailleerde beschrijvingen, op het ontrafelen van een verschijnsel dat zich voordoet in deze specifieke case; we willen zo goed mogelijk het afspelende proces op de voet volgen, waarbij de nadruk ligt op gedragingen, interpretaties en percepties van betrokken in een sociaal proces. We volgen daarbij meestal een explorerende werkwijze. Het is vooraf vaak niet duidelijk welke eigenschappen de case irrelevant en welke relevant zijn voor het bouwen van een algemeen model.
1.4 Methodologisch uitgangspunt In de meeste case studies worden wel getallen gebruikt. Het als dan niet gebruiken van getallen, van kwantificering, kunnen we dus moeilijk als een onderscheidend criterium zien. Intensief en extensief onderzoek vullen elkaar eerder aan dan dat ze elkaar uitsluiten. Er is echter wel een gebrek aan evenwicht tussen deze twee methoden. Dit komt doordat extensief onderzoek zich gemakkelijk leent voor computerverwerking van de data. Maar niet alle problemen kunnen met deze methode worden opgelost. Het is daarom dat, vooral in het praktijkgerichte onderzoek, een onderstroom van intensieve benaderingen steeds belangrijker wordt. In de laatste decennia van de twintigste eeuw krijgt veelal een combinatie van intensief en extensief onderzoek de overhand, mixed-method approach. 1 / 3
1.5 Definitie Bij een case studie ligt het accent op het bestuderen van een verschijnsel bij één eenheid of enkele eenheden. Het onderzoek vindt in de natuurlijk omgeving van de case plaats waarbij de onderzoeker de aandacht richt op het beschrijven en verklaren van processen die zich afspelen bij mensen die in dat proces betrokken zijn. Pas na enige tijd formuleert de onderzoeker de precieze probleemstelling waardoor hij/zij openstaat voor onverwachte aspecten van het verzamelde materiaal. Er kunnen verschillende databronnen worden gebruikt en eventueel kan er in de laatste fase een debat worden gevoerd waarbij de onderzoeker de betrokken uitnodigt om hen te confronteren met de conclusies en hun reactie daarom te vragen. De onderzoeker wil proberen om de ‘neuzen dezelfde kant op te krijgen’.
1.6 Aspecten van de definitie: nadere toelichting
Eén case of een beperkt aantal cases; Natuurlijke omgeving: we weten nog niet welke eigenschappen van de omgeving relevant zijn en dus moeten worden meegenomen in het model dat we van het verschijnsel maken en welke eigenschappen weggelaten kunnen worden. Het verschijnsel kan dus nog niet van de context waaruit het voorkomt geïsoleerd worden. Met het bestuderen van een verschijnsel in zijn natuurlijk omgeving willen we zeggen dan de onderzoeker dus niet ‘individuen via een vraaggesprek losrukt uit hun context’ of in een laboratorium met enkele bekende variabelen een bepaald sociaal proces modelleert. Gedurende een periode: gedurende een bepaalde relevante periode waarnemingen gedaan.Incidentele veranderingen in de omgevingen kunnen worden vastgelegd en dit biedt veel voordelen boven een eenmalige survey. Sociale interactie: een centrale plaats wordt ingenomen door het onderzoeken van de multiple realities – de verschillende en soms zelfs tegengestelde visies die betrokken in een sociaal systeem hebben op, en de interpretaties die zij geven van, de gebeurtenissen. Aanvankelijk brede probleemstelling: men stelt zich open voor onverwachte of nieuwe ontdekkingen. Dit leidt tot een explorerende aanpak in het meeste case-onderzoek. Verschillende databronnen; Debat met betrokkenen: soms kenmerken case studies zich doordat de onderzoeker zijn/haar voorlopige beschrijvingen en interpretaties bespreekt met enkele onderzochten, die correcties en aanvullingen kunnen aanbrengen. Men spreekt in dit verband van member checks.
1.7 Een holistische aanpak?Het kernidee achter het holisme is dat verandering van een bepaald element of deel, of score op een variabele, mogelijk de betekenis of de rol van het geheel kan beïnvloeden. Dit dient te waarschuwen
tegen:
- Een te snel of al te gemakkelijk losmaken van een verschijnsel van de context waarin het zich
- De meestal ongefundeerde aanname dat variabelen als los van elkaar staand kunnen worden
- Een voorbijgaan aan het feit dat mensen betekenissen geven aan gebeurtenissen, feiten,
afspeelt;
beschouwd en dat er bijvoorbeeld geen plaats is voor statistische interactie van allerlei onafhankelijke variabelen of voor niet- lineaire verbanden.
anderen om hen heen, en dat deze betekenissen uiteenlopen en in de loop van een sociaal proces veranderen.
- / 3
H2: Wanneer doe je een case study?
2.1 Inleiding
Bij wetenschappelijk onderzoek moeten we altijd:
- Vooraf zo precies mogelijk de vragen formuleren waarop ons onderzoek een antwoord zou
- Achteraf zo nauwkeurig mogelijk evalueren in hoeverre we met ons onderzoeksproject
moeten geven, en
succes hebben gehad, dat wil zeggen antwoorden op die vragen hebben gevonden.Met andere woorden de probleemstelling staat centraal. Zonder een probleemstelling loopt de onderzoeker kans om eindeloos data te verzamelen en te analyseren zonder ooit een bevredigend eindresultaat te bereiken. Ook is het dan eigenlijk onmogelijk om te beslissen welke onderzoeksstappen nodig zijn en welke niet. Ten slotte is het erg mogelijk om, zonder dat je de vooraf gestelde vragen kent, de resultaten van een onderzoek te evalueren.
2.2 Probleemstellingen voor onderzoek
2.2.1 Algemene vragen over sociale processen
Als de aanleiding voor onderzoek wordt gevormd door een of meer algemene, oriënterende vragen over een sociaal proces, ligt een case studie voor de hand. De brede beginvraag leidt meestal geleidelijk tot meer precieze vragen. Centrale aandachtspunten zijn: de kennis, de waarden en normen, de verwachtingen, motieven, opinies, houdingen en gedragingen van betrokken personen.We besteden aandacht aan verschillen hiertussen. Bedenk daarbij wel dat de uitlatingen van de onderzochte personen niet per definitie de ‘uiteindelijke’ waarheden zijn: ze weerspiegelen alleen de zienswijzen van mensen.Ruimschoots aandacht voor wat elke betrokkene te vertellen heeft is kenmerkend voor de meeste case studies in de sociale wetenschappen. Juist ‘onderliggende groepen’ krijgen de mogelijkheid om hun stem te laten horen. Het object van studie is dynamisch. Hierdoor komen we mogelijk op het spoor van variabelen die in eerder extensief onderzoek over het hoofd werden gezien, en we ontdekken mogelijk dat er verschillende wegen bestaan die tot hetzelfde doel, hetzelfde effect, leiden.
2.2.2 Precieze onderzoeksvragen en hypothesen
Onderzoeksvragen kunnen op minstens twee manieren van elkaar onderscheiden worden.
Eerste criterium:
Beschrijvingsproblemen Verklaringsproblemen Voorspellingsproblemen Al deze typen van vragen kunnen in case studies aan de orde komen.Tweede criterium (heeft te maken met de uitgebreidheid van onze kennis over het object): Objectomlijningen: hebben weinig inhoud en zeggen daarom heel weinig, omdat een echte vraag of een echt probleem nog niet wordt gesteld.
Brede, oriënterende vragen: weten nog weinig van ons object van onderzoek.
Precieze vragen: bij voortbouwen op eerder onderzoek.
Hypothesen: als we over eerdere onderzoeksresultaten beschikken, vastgelegd in een theorie of model.
2.2.3 Een explorerende aanpak versus een meer strikte aanpak
Een van de redenen voor het overheersende gebruik van brede onderzoeksvragen in case studies is dus dat je aan het begin van het project nog niet een scherp afgebakend model van het te bestuderen verschijnsel hebt. Onze eerste stappen zijn dat ook ‘proberenderwijs’ en we staan klaar
- / 3