• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Week 1 Inleiding en ondernemerschap

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Week 1 – Inleiding en ondernemerschap Samenvatting Hoofdstuk 1 – Inleiding 1.1 Algemeen Omzetbelasting is een belasting in verband met de overdracht van goederen.

1.3 Rechtskarakter van omzetbelasting Belast de overdracht van producten op hun weg van producent naar consument. Soms ook diensten.Kan het rechtskarakter hebben van verkeersbelasting, productiebelasting en verbruiksbelasting.

1.6 Verbruiksbelasting Beoogt het verbruik van goederen en diensten door de consument te belasten. Geen productief verbruik, alleen consumptief verbruik. Beoogt consumptie te belasten door de besteding als maatstaf van die consumptie te hanteren. Directe verbruiksbelasting theoretisch mogelijk, maar vindt altijd indirect plaats (bij wie de consument zijn bestedingen doet). Wordt geheven ter zake van leveringen door ondernemers verricht. Dus indirecte verbruiksbelasting waarbij de heffing naar voren komt (voor daadwerkelijke consumptie). Algemene verbruiksbelasting betrekt alle bestedingen van de consument in de heffing (omzetbelasting) en bijzondere verbruiksbelasting bepaalde goederen (accijnzen). Op goederen die worden uitgevoerd mag geen belasting drukken. Heffing bij invoer (niet invoerrecht) als compenserende heffing. Bestemmingslandbeginsel: belasting komt ten goede aan het land waar het verbruik plaatsvindt.Hoofdstuk 2 – Het stelsel van heffing over de toegevoegde waarde 2.1 Algemeen Algemene indirecte verbruiksbelasting: beoogt al het consumptieve verbruik te treffen door heffing die niet bij de consument zelf plaatsvindt, maar bij de ondernemer. Stelsels: eenmalige heffing (belasting wordt in één schakel van de productieketen opgebracht) en meermalige heffing oftewel cascadestelsels (verschillende heffingspunten).

2.3 Cumulatieve cascadestelsels Belastingheffing in alle schakels van productie en distributie. Belasting in voorgaande schakel wordt doorberekend in de prijs (en daar dan weer belasting over berekenen).

2.4 Niet-cumulatieve meermalige heffingen

2.4.1 Belasting over de toegevoegde waarde

Btw = belasting over de toegevoegde waarde. Heffing in meer dan één schakel, waarbij in iedere schakel slecht belasting wordt geheven over de in die schakel aan goederen toegevoegde waarde (dus die nog niet aan belasting onderworpen is geweest).

2.4.3 Hoofdlijnen van de methode van aftrek van voorbelasting

Aftrek van voorbelasting voorkomt cumulatie. Ondernemer berekent btw aan ondernemers en niet- ondernemers. Btw oefent geen invloed uit op de prijs van goederen/diensten, wat de ene ondernemer voldoet, kan de volgende op hetzelfde moment weer aftrekken. Ondernemers die vrijgestelde prestaties verrichten, kunnen de voorbelasting in het geheel niet aftrekken (kostprijs stijgt dan reëel).

2.4.4 Gevolgen van het aftrekmechanisme

Binnen de bedrijfskolom vormt de btw een doorlopende post die geen invloed uitoefent op de kostprijs. Belastingdruk is onafhankelijk van de lengte van de keten (inhaaleffect). Btw wordt gedragen door de consument Hoofdstuk 3 – Harmonisatie van de omzetbelasting in EU-verband 1 / 3

3.1 Algemeen Gebaseerd op Europese regelgeving en groot Europees karakter van de belasting.

3.2 Doelstellingen van de EU en harmonisatie van omzetbelasting EEG-Verdrag: komen tot evenwicht in het handelsverkeer en waarborgen eerlijke mededinging. Tot stand brengen interne markt (art. 3 lid 3 VEU). Regels omtrent harmonisatie van belastingwetgeving in art. 110 t/m 113 VWEU (het op een zinvolle wijze op elkaar afstemmen van de verschillende belastingstelsels). Art. 113 VWEU noemt ob, accijnzen en indirecte belastingen. Basis voor harmonisatie directe belastingen in art. 115 VWEU. Bezwaren die zorgden voor harmonisatie van de omzetbelasting: in vijf van de zes lidstaten golden cumulatieve cascadestelsels, bevordert verticale integratie van bedrijven (minder schakels), handhaven fiscale grenzen belemmert het vrije verkeer, handhaven verschillende systemen veroorzaakt complicaties en belemmering goederenverkeer.

3.3 Europese omzetbelasting

3.3.1 De Eerste en Tweede richtlijn

Deze beide richtlijnen markeren het ontstaan van de ‘Europese’ omzetbelasting (btw). Eerste: lidstaten moeten cumulatieve stelsels vervangen door een stelsel van heffing over de toegevoegde

waarde met aftrek van voorbelasting. Tweede: hoe die eruit moet zien.

3.3.2 De Zesde richtlijn

Een deel van de in de lidstaten geheven ob komt aan de EU toe (heffing van lidstaten). Gekoppeld aan de omzetbelasting omdat deze geharmoniseerd was en heffing is over de nationale consumptie (dus maatstaf voor de draagkracht). Zie art. 311 VWEU. Het Eigen Middelenbesluit vereiste een uniforme regeling van de belastinggrondslag in de lidstaten (voor verdeling belastingdruk). Zesde richtlijn gaf regels omtrent het belastbare feit maatstaf van heffing en vrijstellingen. Art. 26 lid 2 VWEU: interne markt zonder binnengrenzen (dus opheffen fiscale grenzen), maar btw tot grondgebied van elke individuele lidstaat. Dus ‘zonder grenzen’, maar wel heffen in de lidstaat van verbruik.

3.3.3 Richtlijn 2006/112/EG: de Btw-richtlijn

Herschikking van de Zesde richtlijn. Alle voorgaande richtlijnen ingetrokken. Verwijzingen naar eerdere richtlijnen moeten worden gelezen als verwijzingen naar de btw-richtlijn.Afwijkingsmogelijkheden voor lidstaten opgenomen en diverse keuzemogelijkheden, waardoor de btw-regelgeving niet in iedere lidstaat hetzelfde is.

3.3.4 De Btw-verordeningen

Sommige bepalingen lieten veel ruimte voor verschil in uitlegging. In art. 397 Btw-richtlijn mogelijkheid om nadere maatregelen ter uitvoering van de richtlijn te treffen. De Uitvoeringsverordening bevat regels ter uitvoering van de Richtlijn.

3.4 Europese wetgevingsinstrumenten en hun invloed in het nationale recht Rechtsbasis voor verordeningen en richtlijnen in art. 288 VWEU. Wetgevingsinstrumenten (naast niet-verbindende aanbevelingen en adviezen) van de Unie: richtlijnen, verordeningen en besluiten (alle verbindend). Richtlijnen zijn verbindend t.a.v. het resultaat en moeten weerslag hebben in nationale regelgeving. Richtlijnconforme uitleg, ook wel ‘kameleoneffect’, alleen mogelijk indien wet en richtlijn niet uitdrukkelijk met elkaar in strijd zijn. Particulier kan zich op richtlijn beroepen indien uitvoeringstermijn is verstreken, niet correct omgezet en de bepaling onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is en rechten vastleggen die een particulier tegenover de staat kan doen gelden. Indien een nationale bepaling gunstiger is kan belastingplichtige zich daarop blijven beroepen. Maar moet wel altijd heffing én aftrek, ofwel vrijstelling maar geen aftrek (dus geen cherry-picking). Verordening hoeft niet te worden omgezet. Art. 288 VWEU. Btw-uitvoeringsverordening staat niet boven de Btw- richtlijn. Een besluit is ook bindend in al haar onderdelen, maar uitsluitend voor de adressaten.

3.5 Rol van het Hof van Justitie bij de interpretatie van richtlijnbepalingen Bij interpretatie nationale bepaling eerst te rade gaan bij de overeenkomstige richtlijnbepaling.Prejudiciële procedure in art. 267 VWEU. Uitspraak van het HvJ heeft harmoniserende werking. Alle rechters hebben deze bevoegdheid, maar de Hoge Raad is daartoe verplicht. Niet nodig indien er over het begrip geen twijfel kan bestaan (acte clair) of het HvJ al een uitspraak over de problematiek heeft gedaan (acte éclairé). Indien een lidstaat niet voldoet aan communautaire verplcihtingen, kan 2 / 3

de Commissie een procedure aanspannen bij het HvJ (art. 258 VWEU, infractie- of inbreukprocedure). Wel eerst gelegenheid bieden om schending ongedaan te maken.

3.6 Omzetbelasting in mondiaal verband Guide Lines in OECD-verband om dubbele belasting of onttrekking aan belasting te voorkomen.

3.7 Bronnen van omzetbelasting Wet OB heeft een sterke Europese basis (Richtlijn omgezet in nationaal recht). Zie verder Uitv.besl.ob en Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting, Uitv.besch. omzetbelasting.

Hoofdstuk 4 – Ongeschreven omzetbelasting: uitgangspunten en beginselen

4.1 Algemeen Beginselen spelen een belangrijke rol bij totstandkoming en onderbouwing van beslissingen van het HvJ. Beginselen die in zijn algemeenheid een rol spelen en beginselen die samenhangen met ob.

4.2 Neutraliteit

4.2.1 De vele gezichten van de neutraliteit van een algemene indirecte verbruiksbelasting

Belastingen zijn nooit neutraal, is een relatief begrip (zien m.b.t. bepaalde aangewezen verhoudingen). Bij ob: een algemene indirecte verbruiksbelasting. De belasting zal geen ‘last’ voor de ondernemer binnen zijn onderneming moeten zijn (ondernemersneutraliteit/inwendige neutraliteit).Proportioneel en zonder verstoringen tussen ondernemers (belastingdruk hetzelfde voor de consument ongeacht vat hij koopt, bij wie en waar; evenredig aan de kleinhandelsprijs). Ook wel uitwendige neutraliteit (onderverdeling in economisch, juridisch en externe neutraliteit).

4.2.2 Economische neutraliteit

Concurrentieverhoudingen tussen ondernemers niet verstoren (doorberekenen aan afnemers).Vrijstellingen en verlaagde tarieven zijn eigenlijk een inbreuk (maar op basis van aard van de te belasten handeling en niet op basis van de ondernemer). Toepassing van (niet persoonsgebonden) vrijstellingen is rechtsvormneutraal. Kijken of het gaat om vergelijkbare/concurrerende prestaties (soortgelijke gevallen gelijk behandelen).

4.2.3 Juridische neutraliteit

Inbreuk op het karakter van de belasting indien de kleinhandelsprijzen van eenzelfde goed verschillende worden belast. Zie art. 1 lid 2 Btw-richtlijn: belasting evenredig aan de prijs van goederen en diensten, ongeacht de hoeveelheid schakels.

4.2.4 Externe neutraliteit

Heffing bij invoer dient gelijk te zijn aan de in het binnenland geheven belasting op hetzelfde goed, terwijl de teruggaaf bij uitvoer niet meer/minder mag zijn dan de in het binnenland geheven belasting. Moet dus niet als invoerrecht gaan werken of als exportsubsidie. Diensten door ondernemers aan ondernemers die in andere landen plaatsvinden zijn belastbaar in het land waar de afnemer is gevestigd. Dus heffing in het bestemmingsland. Levering van uit te voeren goederen onderworpen aan nultarief (leverancier geen ob verschuldigd, maar wel voorbelasting in aftrek, dus op het uitgevoerde goed geen ob drukkend). Invoer wel belast.Hoofdstuk 5 – De ondernemer als belastingplichtige 5.1 Algemeen Alle consumptieve uitgaven treffen door heffing bij toeleverancier (ondernemer/belastingplichtige) van de consument. Eenieder die niet consumptief aanschaft maar met de intentie om te produceren of distribueren valt onder het begrip ondernemer.

5.2 De betekenis van het ondernemerschap Degene die als ondernemer wordt aangemerkt kan voorbelasting in aftrek brengen. Art. 7 OB: ieder die zelfstandig een bedrijf of beroep uitoefent. Btw-richtlijn spreekt van ‘belastingplichtige’. Art. 9 Btw-richtlijn: ieder die, ongeacht op welke plaats, zelfstandig een economische activiteit verricht, ongeacht het oogmerk of het resultaat van die activiteit. Synoniemen. Materiële gevolgen ondernemerschap: verplicht ob te voldoen (tenzij vrijstelling), bij intracommunautaire transacties

  • / 3

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

The comprehensive coverage offered by this document helped me ace my presentation. A impressive purchase!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

Week 1 – Inleiding en ondernemerschap Samenvatting Hoofdstuk 1 – Inleiding 1.1 Algemeen Omzetbelasting is een belasting in verband met de overdracht van goederen. 1.3 Rechtskarakter van omzetbe...

Unlock Now
$ 1.00