• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Week 1: Wft Algemeen en Europese invloeden

Class notes Dec 27, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Week 1: Wft Algemeen en Europese invloeden

Financieel toezicht door:

-1:25 lid 2 Wft  AFM: gedragstoezicht oLid 1  Gedragstoezicht definitie -1:24 lid 2 Wft  DNB: prudentieel toezicht oLid 1  Prudentieel toezicht definitie

-SSM Verordening  ECB: prudentieel toezicht

o4 SSM  ECB bevoegdheden

-SRM Verordening  SRB: afwikkeling problemen grootste banken

-ESMA Verordening oQuasi-regelgevende bevoegdheden: houden het volgende in: Level II-regelgeving (art. 8 lid 2 sub a-b jo 10, 15 ESMA-Vo): advies geven aan Europese Commissie over uitwerking Richtlijnen en Verordeningen Level III-regelgeving (art. 8 lid 2 sub c jo 16 ESMA-Vo): richtsnoeren en aanbevelingen geven aan nationale toezichthouders

oIndividuele besluiten (art. 8 lid 2 sub e-f ESMA-Vo): indien

Inbreuk op rechtstreeks Unierecht (art. 17 lid 6 ESMA-Vo): alleen marktdeelnemers Noodsituatie (art. 18 lid 3 en 4 ESMA-Vo): nationale toezichthouders + marktdeelnemers Grensoverschrijdend meningsverschil van nationale toezichthouders (art. 19 lid 3 en 4 ESMA- Vo): nationale toezichthouders + marktdeelnemers Structuur Wft -Deel 1  Algemeen

o1:1 Wft  Definities

oReikwijdtebepalingen o1:23 Wft  handelingen in strijd met de Wft levert geen aantasting (nietigheid etc) op, tenzij de wet dit uitdrukkelijk bepaalt oToezicht en handhaving AFM en DBN (boetes, dwangsommen, intrekken vergunning, etc.)

o1:25d Wft  beperking aansprakelijkheid AFM/DNB tot handelen met opzet

& grove schuld -Deel 2  Markttoegang financiële ondernemingen

o2:11 Wft  Vergunningsplicht Bank

2:13 Wft  Als Bank ook beleggingsdiensten/-activiteiten wil gaan verrichten

2:12 Wft  Vergunning vereisten

3:8 Wft  Geschiktheid

o33 lid 3 sub a Bpr oBeleidsregel geschiktheid 2012

oLid 2  Eed of belofte, van toepassing op:

3:8 lid 1  Dagelijkse beleidsbepalers

3:17b lid 2  Alle bank medewerkers

3:17c Wft  Tuchtrechtelijke gevolgen

3:9 Wft  Betrouwbaarheid

o33 lid 3 sub b Bpr o5-9 Bpr oLid 3  betrouwbaarheid staat buiten twijfel indien dit eenmaal is vastgesteld

o2:96 Wft  Vergunningsplicht Belegginsonderneming

2:99 Wft  Vergunningvereisten

4:9 Wft  Geschiktheid

o95 lid 4 Bgfo  Bepaalde gegevens overleggen oBeleidsregel geschiktheid 2012  Vaardigheden, professioneel gedrag, etc.

oLid 8  Eed en belofte, van toepassing op:

Lid 9  Personen

4:15a lid 1  Bepaalde andere personen

Regeling eed of belofte fin. Sector 2015 (p. 783 wettenbundel)

4:10 Wft  Betrouwbaarheid

o12-16 Bgfo  Voornemens, handelingen, antevedenten, etc.oLid 2  Eenmaal vastgesteld, buiten kijf -Deel 3  Prudentieel toezicht financiële ondernemingen -Deel 4  Gedragstoezicht financiële ondernemingen -Deel 5  Gedragstoezicht financiële markten (Dus alle deelnemers) -Deel 6  Bijzondere maatregelen betreffende de stabiliteit van het financieel stelsel -Deel 7  Slotbepalingen 1 / 3

Week 2: Beleggingsinstellingen

Europeesrechtelijk kader -ICBE-richtlijn  Beleggingsinstellingen voor “gewone” mensen o1 lid 2 ICBE  Voor de toepassing van deze richtlijn en behoudens artikel 3, wordt onder icbe’s verstaan een

instelling:

Waarvan het uitsluitende doel is de collectieve belegging in effecten of in andere in artikel 50, lid 1, bedoelde liquide financiële activa van uit het publiek aangetrokken kapitaal, met toepassing van het beginsel van risicospreiding, en 50 lid 1 ICBE oSub a  effecten en geldmarktinstrumenten die zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt oSub b  etc oSub c  etc oSub d  etc oSub e  etc oSub f  etc oSub g  etc oSub h  etc Waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de hou ders ten laste van de activa van deze instellingen direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald (=OPEN END ) . Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt gelijkgesteld ieder handelen van een icbe om te voorkomen dat de waarde van haar rechten van deelneming ter beurze aanzienlijk afwijkt van de intrinsieke waarde.Ook relevant voor de prospectusplicht

o4:37L lid 5 Wft

o5:1a lid 2 Wft

-AIFM-richtlijn  Beleggingsinstellingen, restcategorie; alles wat geen ICBE is

o1:1 Wft jo. 4 lid 1 a AIFM  instellingen voor collectieve belegging

Kenmerken art. 12 Richtsnoer ESMA AIFM (p. 1731 wettenbundel) Geen algemeen zakelijk of bedrijfsdoel (domme bepaling) oZie voor uitwerking definities Richtsnoer ESMA AIFM Bij een reeks beleggers kapitaal ophalen dat wordt gepoold voor beleggingsdoeleinden

Doel: genereren van gepoolde opbrengsten voor de beleggers

De deelnemers hebben als collectief geen dagelijkse beslissingsbevoegdheid of zeggenschap

17 Richtsnoer ESMA  RB 26 april 2017 Rotterdam, zie de noot:

“6. De rechtbank zag zich nu voor de taak gesteld hoe de AIFM-richtlijn in samenhang met de ESMA-richtsnoeren te interpreteren.

  • Rechtbank Rotterdam concludeert namelijk dat (conform de definitie in de AIFM-richtlijn)
  • een onderneming bij een reeks beleggers kapitaal moet ophalen wil deze onderneming kunnen worden aangemerkt als een ABI. ESMA-richtsnoer 17 bepaalt dat als er geen beperking tot één belegger is opgenomen in de statuten of een ander juridisch bindend document van de onderneming, deze onderneming dient te worden beschouwd als een onderneming die bij een reeks beleggers kapitaal ophaalt. Rechtbank Rotterdam oordeelt echter dat aan dit richtsnoer geen andere uitleg kan worden gegeven dan dat daarmee een weerlegbaar rechtsvermoeden wordt gecreëerd dat sprake is van dergelijk feitelijk handelen. In het concrete geval stond niet ter discussie dat het investeringsvehikel feitelijk slechts bij één belegger kapitaal had opgehaald en ook niet van plan was meer beleggers aan te trekken. Daarom, zo oordeelde Rechtbank Rotterdam, was het feitelijke vermoeden weerlegd en kwalificeerden de investeringsvehikels niet als ABI (en was het beheer van dit investeringsvehikel dus ook niet vergunningsplichtig).” Definitie 1:1 Wft “ICBE”  maatschappij voor collectieve belegging in effecten of fonds voor collectieve belegging in effecten -4:44 Wft  Zelfde als 4:37j Wft (zie hierna) Definitie 1:1 Wft “beleggingsinstelling” (“ABI”)  beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen in de vorm van een beleggingsfonds of een beleggingsmaatschappij -4 lid 1 a AIFM  instellingen voor collectieve belegging o1:1 Wft  Beleggingsmaatschappij (subject, de RP): Een in een RP ondergebracht vermogen waarin collectief wordt belegd o1:1 Wft  Beleggingsfonds (object, de belegging): een niet in een RP ondergebracht vermogen waarin collectief wordt belegd Rb Rifodi  Maatschap en fonds voor gemene rekening zijn hetzelfde Rb Scheepsfonds/Belastingdienst  Fonds voor gemene rekening is een maatschap, want aan de voorwaarden is voldaan 4:37j Wft  Vermogen van een beleggingsfonds moet wel degelijk bij een RP worden ondergebracht, dat dat evt voor meerdere beleggingsfondsen kan doen (SPV) (“Juridisch eigenaar”) Lid 1  Vermogen beleggingsfonds wordt gehouden door een RP oLid 3  AFM kan een uitzondering maken hiervoor 2 / 3

Lid 2  Reëel risico (door beleggingsbeleid) dat vermogen van het fonds + EV houdende RP niet voldoende zijn om deelnemingsrechten en beheer-/bewaarschulden te voldoen, wordt het gehouden door een RP oLid 4  Niet van toepassing op subfondsen oWanneer reëel risico?  Producten worden verkocht op zeer fluctuerende markt (derivaten) Lid 5  Afgescheiden vermogen (geldt ook voor een subfonds ex 1:13 lid 4 Wft) Vergunningplichten (deel 2 Wft)

-2:65 lid 1 Wft  Beleggingsinstellingen

o2:67 Wft  Vergunningvereisten

Geschikt Betrouwbaar Etc.

o2:70 Wft  EU-paspoort

Lid 2 jo. 33-34 AIFMD  In NL is ervoor gekozen dat als een AIF aan extra vereisten voldoet, dat de AIF in NL ook aan retail beleggers diensten mag verlenen.

1:1 Wft “niet-professionele belegger”

4:37p Wft jo. Bgfo  Alleen professionele beleggers

o2:66 Wft  Uitzonderingen (i)

Lid 1  Minister wijst aan Lid 2  Uitwerking lid 1 Lid 3  Buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen met een zetel in een andere lidstaat en

voldoen aan 2:70 lid 1 en lid 2 Wft

o2:66a lid 1 Wft  Uitzonderingen (ii)

Sub a  activa:

Sub 1  <100.000.000 Sub 2  <500.000.000 als er geen hefboomfinanciering is Sub b  rechten van deelneming (niet van toepassing indien rechten van deelneming uitsluitend worden aangeboden aan professionele beleggers (1:1 Wft “professionele belegger”) ex lid 2) Sub 1  <150 personen Sub 2  >100.000 euro per deelnemer Sub 3  Nominale waarde >100.000 euro per recht Lid 3  Meldingsplichten AFM en DNB -2:67a lid 1 Wft  Beheerder mag niks anders dan beheren AIF (evt. gecombineerd met een ICBE)

o1:1 Wft “beheren van een beleggingsinstelling”  Bijlage 1 AIFM

Lid 1 Portefuillebeheer Risicobeheer Lid 2 Sub a  administratie Sub b  verhandeling Sub c  werkzaamheden activa’s oLid 2  Beheerder mag ook andere dingen (individueel vermogensbeheer) als de AFM daar toestemming voor heeft gegeven

o2:69 Wft  In combinatie met ICBE-beheer

o4:37c lid 1 Wft  Beheerder moet een RP zijn

-2:3g jo. 2:66 Wft  Bewaarder o4:62m lid 4 Wft jo. 21(7)(8)(9)(17) AIFMD  De bewaarder vervult bewaartaken en controletaken m.b.t. de activa van de beleggingsinstelling o4:62p Wft  Een bewaarder is jegens de Nederlandse beleggingsinstelling of de icbe aansprakelijk voor verlies van een in bewaring genomen financieel instrument

-2:69b lid 1 Wft  ICBE’s

o2:69d Wft  Vergunningvereisten

Geschikt Betrouwbaar Etc.

o2:71 Wft  EU-paspoort

Europees paspoort ICBE

-2:122 Wft  Europees paspoort ICBE-beheerders

o2:124 Wft  Uitwerking

Financiële waarborgen beleggingsinstellingen (deel 3 Wft)

-3:53 Wft jo. 48 e.v. BPR Wft

Gedragstoezicht beleggingsinstellingen (deel 4 Wft) -4.2.1: Geschiktheid, betrouwbaarheid, integriteit  verplichtingen hieruit zijn van toepassingen op alle beleggingsinstellingen. Ze zijn algemeen geformuleerd, ze zijn van toepassing op alle entiteiten die de vergunning krijgen van de AFM.

o4:9 Wft  Geschiktheid (zie week 1)

o4:10 Wft  Betrouwbaarheid (zie week 1)

  • / 3

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

With its step-by-step guides, this document made learning easy. Definitely a impressive choice!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 27, 2025
Description:

Week 1: Wft Algemeen en Europese invloeden Financieel toezicht door: -1:25 lid 2 Wft  AFM: gedragstoezicht oLid 1  Gedragstoezicht definitie -1:24 lid 2 Wft  DNB: prudentieel toezicht oLid...

Unlock Now
$ 1.00