Werken op een hartfunctieafdeling Hoofdstuk 10 de besmettingscyclus De besmettingscyclus: ergens bevind zich eens schadelijk micro-organisme, die verspreid zich langs bepaalde wegen in zijn omgeving. Het dringt via openingen of zwakke plekken bij de mens binnen. Als die persoon ontvankelijk is, zal hij schade ondervinden. De ontvanger is op zijn beurt een potentiele besmettingsbron en kan ook weer schadelijke micro-organismen verder verspreiden. Zo begint het allemaal weer van vooraf aan en voltrekt zich een kringloop of cyclus.Micro organismen; factoren voor
het ontstaan van een infectie:
-Mate van pathogeniteit en virulentie (het ziekmakend vermogen respectievelijk de aanvalskracht van het micro-organisme) is medebepalend voor het ontstaan van een infectie.Zo zijn er bacterien die bijna altjid een infectie veroorzaken bijv. Yersiniapestis (verwekker van pest) maar ook bacterien met weinig ziekmakend vermogen zoals de staphylococcus epidermidis. Pas als de normale omstandigheden vranderen kan dit aanleiding zijn voor een infectie.-Hoeveelheid aanwezige bacterien zogenaamde infectiedosis veschilt per bacterie tot bacterie, is per gastheer verschillend en word tevens bepaald door de besmettingsweg.-Karakteristieken van het organisme zoals het instaat zijn mo bijv. Enzymen te produceren die het afweer mechanismen van de gastheer omzeilen. Of produceren toxinen (giftige stoffen) waardoor hij ernstige ziekteverschijnselen kan krijgen.BronAlle micro-organismen zijn afkomstig uit een bron waarin zij zich doorgaans bevinden, waarin zij zich vermeeden en vanwaaruit zij zich verspreiden. Bron kan een mens,een dier,een dode stof zoals voedsel,water,stukje zeep of instrument zijn. bron kan heel specifiek zijn. Pseudomonas komt voor bij mensen als in water. Poliovirus uitsluitend bij de mens. Menselijke of dierlijke bronnen kunnen zelf ziek zijn.Dragers mensen en dieren die pathogene micro-organismen bij zich dragen,die zelf niet ziek zijn maar wel verspriden. Zij fungeren ook als bron.Porte de sortiede plaats waar het micro-organisme de bron verlaat. Kan via huidschilfers,via druppels en sputum (kleine druppeltjes) vanuit de luchtwegen,feces uit de darmen,urine vanuit de blaas,wondvocht en pus bij (operatie)wonden.de bron hoeft niet altijd het micro-organisme in de omgeving te verspreiden. Soms is de mens besmettelijke gedurende de incubatieperiode. Bijv. Bij hepatitis A is men alleen besmettelijk gedurende het laatste deel van de incubatieperiode en gedurende de eerste dagen van het uitbreken van de ziekte. Ook bij waterpokken. 1 / 2
Chronische dragerschapbij hepatitis B; gedurende enkele jaren besmettelijk blijft zonder zelf ziek te zijn.Bij respiratoire infecties (LWI) zijn de uitscheidingsproducten van de luchtwegen (sputum) die de ziekteverwekkers bevatten. Deze kunnen door direct cotnact of na hoesten of neizen via de lucht over grote afstand worden verspreid.Bij gastro-enterale infecties (maag –darm) is de anus de porte de sortie en kunnen via feces de micro-organisme zich verspreiden.Besmettingsweg De wijze waarop deze besmetting plaatsvindt. Dit kan via vijf
wegen:
-Via direct contact: direct vanuit de bron naar de gastheer zoals de fecale-
orale verspreiding van hepatitus A of zoals bij syfillis en gonnoroe.
-Via indirect contact: bij het grootste deel van de besmettingen speelt een
tussenstof een rol. Ookwel indirecte besmettingsweg. Meestal een dode stof, die passief betrkken is bij de overdracht van het micro-organisme vanuit de bron naar de gastheer toe. Voorbeeld: via instrumenten gebruikt bij wondverzorging van een geinfecteerde patient. Of voedsel besmet met salmonella afkomstig van een salmonelledrager.-Via de lucht:Wanneer micro-organismen zich in kleine druppels of op stofdeeltjes die in de lucht zweven,verspreiden. Niezen of stof wat door beweging in de lucht komt,
huidschilfers. Bijvoorbeeld: tuberculose,bof en influenza.
-Via ongedierte:vliegen,kakkerlakken,mieren en muizen kunnen echter
wel schadelijke micro-organismen bij zich dragen bijv. Via het voedsel overgedragen.
-Via de placenta: verschillende virussen en protozae van de moeder op het kind
worden overdragen.Port d’entree: de toegangsweg waarlangs het micro-organisme zch een weg probeert te bane om het lichaam binnen te komen.--> Om hier binnen te komen moet het micro-organisme de natuurlijke barriere passeren. Is deze gepasseerd dan komt deze in aanraking met de tweede
verdedigingslinie: de humorale en cellulaire immuniteit.
-Eerste verdedigingslinie:
ode huid en conjuctiva: zijn voor de meeste ondoordringbaar; talg en
zweet maken de huid voor veel niet – resistente micro-organismen onleefbaar. Veel worden afgevoerd door het schilferen van de huid. Ook de normaal aanwezige bacteriele flora kan de kolonisatie van nieuwkomers bemoeilijken.
oDe maag: tegen het zuur zijn weinig micro-organismen bestand.
Overleven ze toch dan word de kolonisatie bemoeilijkt door de voortdurende beweging van de darmen, door de aanwezigheid van gal en enzymen en door de eigen bacteriele darmflora.
oDe urinewegen: de lengte van de urethra (urinebuis) en het regelmatig
schoonpoelen door de urine vormen een barriere.
oDe luchtwegen: anatomische bouw is zodanig dat de ingeademde lucht
word gefiltreerd en door het slijm van de luchtwegen via het trilhaarepitheel word afgevoerd.
- / 2