Wiskunde A 4 Havo Hoofdstuk 2 Histogram en frequentiepolygoon 2.1 Bij een frequentieverdeling is een histogram en een frequentiepolygoon te maken. Bij een histogram staan de staven tegen elkaar aan. Een frequentiepolygoon is een lijndiagram waarin boven elk waarnemingsgetal de frequentie is uitgezet. Het begin- en het eindpunt liggen op de horizontale as.Bij een relatieve frequentiepolygoon zet je de relatieve frequenties uit tegen waarnemingsgetallen Klassenindeling Zijn er bij een statisch onderzoek veel verschillende waarnemingsgetallen, dan maak je een indeling in klassen. Geef elke klasse dezelfde breedte. Zorg voor vijf á tien klassen.Bij de klasse 2 - <25 doet de linkergrens 20 mee, maar de rechtergrens 25 niet. De klassenbreedte van deze klasse is 25 – 20 =5 Bij een klassenindeling kun je een histogram en een frequentiepolygoon tekenen. Zo krijg je bij de verdeling hieronder het histogram en de frequentypolygoon hiernaast. (zie blz 62 van boek) Cumulatieve frequenties De cumulatieve frequentie van de klasse 30 - < 35 krijg je door de frequentie van deze klasse en al de voorafgaande klassen op te tellen. De cumulatieve frequentie van de klasse 30- < 35 is dus 2 + 6 +8 =16. Er zijn dus 16 waarnemingsgetallen kleiner dan 35. De cumulatieve frequenties bij de tabel hierboven zijn achtereenvolgens 2, 8, 16, 21 en 25. In de figuur hiernaast (zie boek) zie je de cumulatieve frequentiepolygoon. Teken je een cumulatieve frequentiepolygoon dan zet je de cumulatieve frequenties boven de rechtergrenzen van de klassen uit. Begin op de horizontale as bij de linkergrens van de eerste klasse. Verbind de opeenvolgende punten door lijnstukken.Soorten variabelen 2.2 een kwantitatieve variabele hoort bij meetbare gegevens en wordt uitgedrukt in een getal.Voorbeelden zijn lengte, snelheid en tijd. Bij een kwalitatieve variabele neemt alleen ‘losse’ waarden aan. Bij een continue variabele kunnen alle tussenliggende waarden ook aangenomen woorden Centrummaten GemiddeldemediaanModus Som van de getallen Totale frequentie Middelste getal (of gemiddelde middelste twee) in een rangschikking naar grootte Waarneming met de grootste frequentie elk waarnemingsgetal levert zijn bijdrage Alleen de volgorde van de getallen is bepalend ook bruikbaar bij kwalitatieve gegevens Gevoelig voor uitschietersniet gevoelig voor uitschietersGevoelig voor toevalligheden
- / 1