Wiskunde samenvatting hoofdstuk 3:
Paragraaf 3.1:
Gelijkheid aangeven in een driehoek:
1.Schrijf dezelfde hoeken op.
2.Zoek een z-hoek of een f-hoek op.
Naamgeving:
-De hoek waar het omgaat moet in het midden.
ΔACB ∼ΔPCQ
ΔABC ∼ ΔPQC (F- hoek)
ABACBC
PQPCQC
5ACBC 2PCQC QC = x BC = x + 4 5x+4 2x 5x = 2(x+4) 5x = 2x + 8 3x = 8 x = 2 2 3
SOSCASTOA
C AB > P Q> 2 5 4 ?
- / 1