ZAAD VRUCHT EN KIEMPLANT:

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
  • This is the latest version of the study guides, questions, and answers.
  • Immediately available for download right after your purchase.
  • Carefully curated content designed to help you prepare effectively.

Document Text

ZAAD VRUCHT EN KIEMPLANT:

-ZAAD:

algemeen

-na bevruchting: zaadvorming

-zygote wordt embryo -twee poolkernen vormen endosperm(=reservestof) of binnenkiemwit -nucellus vormt perisperm of buitenkiemwit -wand van het vruchtbeginsel vormt vruchtwand funiculus = navelstreng -aanvoer voedingsstoffen via vaatbundel -hilum = litteken waar navelstreng vastgezeten heeft

-gemetamorfoseerd tot:

ozaadrok (=navelstreng groeit uit tot beschermlaag rond het zaad bv: lychee)

onavelpropje zaadhuid = testa -ontstaan uit itegumenten

-aanwezig op de zaadhuid:

ohilum ochalaza (=litteken waar integumenten en nucellus samenhingen) opoortje (=inkeping micrpyle) ozaadnerf (=verderzetting navelstreng in zaadhuid)

-of éénlagig:

oéén geheel opgebouwd uit twee integumenten

-of dubbellagig:

ouitwendige zaadhuid (=testa) + inwendige zaadhuid (=tegmen)

-verhouting:

ointegumenten zijn oorspronkelijk dunwandig otijdens ontwikkeling van het zaad ondergaan ze veranderingen ogevolg = verschillen in verhouting (sclereïden) (cut) = cuticula (pal) = palissade (lum) = lumen (hyp) = hypodermis (int sp) = intercellulaire ruimte (par) = gecompresseerde parenchymcellen (al) = aleuron cellen (par end) = resten van parenchymcellen van het endosperm

zaadkern: embryo

-bevruchte eicel  (deling)  basale cel + terminale cel obasale cel  (deling)  embryo oterminale cel  (deling)  suspensor (=embryodrager)

-embryo vormt:

oradicula (=kiemwortel) naar micropyle toe oplumula (=stengelapex en bladprimordia)

1 1 / 2

ohypocotyl (=verbiding stengel en wortel) oepicotyl (=eerste lid stengel, waar apex en bladknop liggen) -grassen okiemschede (=coleoptiel) zit rond plumula owortelschede (=coleorhiza) zit rond radicula ocotyledon is omgebouwd tot scutellum (=schildje) oaleuronlaag = buitenste cellaag van endosperm  belangrijke rol bij ontwikkeling zaad

zaadkern: kiemwit en zaadlobben

-bevatten reservevoedsel (waar?):

1. enkel in zaadlobben bv: boon

 of geen reservevoedsel, of opgestapeld in zaadlobben (=zaden zonder kiemwit)

2.enkel in binnenkiemwit (=endosperm) bv: graan

3.enkel in buitenkiemwit (=perisperm) bv: biet

4.in endo- en perisperm bv: katoen

-endosperm:

= hoofdmassa van het zaad obelangrijk voor voedsel

ouitzondering: orchideeënzaad bevat quasi geen endo- en perisperm (wel

symbiose met mycorrhiza)

(A): anatomie van cotyledon net voor kieming

 cellen zitten vol met zetmeel (S) en proteïnen  verdikte celwanden

(B): anatomie van cotyledon 8 dagen na kieming

 lege en gekrompen cellen (behalve onder epidermis) ozaadverspreiding = dispersie -barochorie = zaden vallen op de grond dichtbij moederplant -balistochorie = zaden worden weggeslingerd door moederplant -anemochorie = zaden verspreiden zich via de wind -hydrochorie = zaden verspreiden zich via het water -epizoöchorie = zaden worden extern verspreid door mensen/dieren -myrmecochorie = zaden worden verspreid via mieren odormantie en kieming -kiemrust = dormantie = tijdelijke stilstand van de kieming

oendogeen: inwendig kenmerk zorgt voor hinder

oexogeen: chemische, mechanische of fysische barrière

  • / 2

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

With its step-by-step guides, this document made learning easy. Definitely a impressive choice!

Download Document

Buy This Document

$35.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

ZAAD VRUCHT EN KIEMPLANT: -ZAAD: algemeen -na bevruchting: zaadvorming -zygote wordt embryo -twee poolkernen vormen endosperm(=reservestof) of binnenkiemwit -nucellus vormt perisperm of buitenki...

Unlock Now
$ 35.00