ProActive Nursing: klinische problematiek inzichtelijk
Minor Critical Care
ZORGTHEMA ADEMHALING
LUCHTWEGEN
De luchtwegen zijn functioneel onderverdeeld in de hoge en lage luchtwegen:
Hoge (bovenste) luchtweg Mond/neus tot het eerste deel van de trachea (luchtpijp): larynx (strottenhoofd) Lage (onderste) luchtweg Vanaf de splitsing in hoofdbronchi Functie van de luchtwegen: de hoge luchtweg is de hoofdinlaat voor lucht, verwarming en bevochtiging van inademingslucht en herbergt de spraak- en slikfunctie. De lage luchtwegen verdelen de inademingslucht over het longoppervlak en centraliseren bij de uitademing de luchtstroom naar buiten.
HOGE LUCHTWEG
De hoge luchtweg heeft meerdere functies:
1.Inlaatpoort voor de lucht die verwarmd en bevochtigd wordt 2.Spreken met behulp van ademlucht 3.Inlaatpoort voor voeding en vocht Als een patiënt kan spreken of stemgeluiden maken, met een normale stem, dan is de hoge luchtweg meestal vrij. Bij zwelling van de stembanden zal de patiënt hees klinken. Bij verlamming van de stembanden is spreken onmogelijk.Geluid bij ademen, anders dan licht geruis (snurken, reutelen, gorgelen, gieren), is een teken van een kleine of grotere belemmering van de hoge luchtweg.Inspiratoire stridorHoog geluid bij de inademing, vaak bij gedeeltelijke obstructie van de hoge luchtweg Geen enkel geluid Volledige afsluiting Doorgankelijkheid keel – slikproces De hoge luchtweg is ook een inlaatpoort voor voedsel en vocht. Het slikproces zorgt ervoor dat lucht naar de longen gaat en voedsel en vocht naar de maag. In geval van (diepe) bewusteloosheid kan de hoge luchtweg worden bedreigd door het uitvallen de slikreflex. Hierdoor zakt de rong bij rugligging in de keel wat zorgt voor volledige afsluiting van de hoge luchtweg.Ademen is dan niet meer mogelijk.Luchtconditie Ingeademde lucht wordt door slijmvliezen van de neus en keelholte bevochtigd en verwarmd. Hierdoor worden de longen beschermd tegen afkoeling en uitdroging.Nekwervelkolom Bij het beoordelen van de ‘vrije hoge luchtweg’ verdient de toestand van de nekwervelkolom om meerdere redenen (ook) de aandacht. Eén van de eerste acties bij een hoge-luchtweg-belemmering is het hoofd achterover brengen in de sniffing position. Dit moet wel veilig gebeuren. Bij vermoeden van een trauma aan de nekwervelkolom is uiterste voorzichtigheid geboden bij het bewegen van het hoofd. Kleine bewegingen kunnen door loszittende botfragmenten van de wervelkolom een beschadiging aan het ruggenmerg teweegbrengen met een hoge dwarslaesie als gevolg. De nekwervelkolom zal direct moeten worden geïmmobiliseerd. De nekwervelkolom moet in gezekerde positie blijven tot beeldvormend onderzoek uitsluitsel geeft.
LAGE LUCHTWEG
Onder de lage luchtwegen behoren alle onderdelen onder de stembanden: trachea, bronchi, bronchioli en alveoli.Trachea Luchtpijp Bronchi(ën)Luchtwegvertakking Bronchioli Kleinste vertakkingen van luchtwegvertakking Alveoli Longblaasjes Lucht die ingeademd wordt, gaat via de trachea naar de twee bronchiën en zo de longen in. De bronchiën vertakken zich in de longen weer verder en kleiner tot bronchioli. Aan het einde van de bronchioli liggen de alveoli die ervoor zorgen dat er zuurstof in het bloed komt.De hoge luchtweg bestaat uit één enkele buis. De lage luchtwegen hebben door de vele bronchiale afsplitsingen vele parallelschakelingen. De hoge luchtweg kan door een verstopping meteen geheel afgesloten zijn. Bij een verstopping in de lagere luchtwegen kan de lucht via de vele aftakkingen alsnog bij andere alveoli komen (wel probleem).1
. 1 / 3
Luchtverdeling Door de steeds verdergaande vertakking splitst de trachea zich tot bronchiën, bronchiolen en uiteindelijk tot de alveoli.Alleen in de alveoli kan gaswisseling plaatsvinden. In een korte periode van inademing wordt een relatief kleine hoeveelheid
lucht verdeeld over een groot alveolair oppervlak: 80 tot 100 m
2 .Weerstand Hoe groter de luchtwegdiameter, des te kleiner de luchtwegweerstand.Voor een groot deel van de luchtwegen is de doorsnede vast. In de bronchioli is de diameter variabel. Bij grote inspanning ontspant het gladde spierweefsel in de wand, waardoor er meer lucht doorheen kan. Normaliter is de luchtwegweerstand laag en wordt deze veroorzaakt door wrijving van ademlucht langs de slijmvliezen.De slijmvliezen van de luchtwegen en de longen hebben een afweerfunctie, de luchtwegen is in direct contact met de buitenlucht en komt in contact met schadelijke deeltjes in de lucht. Het slijmvlies van de luchtwegen is een fysieke barrière voor indringers. Het zorgt ervoor dat indringers via het slijm weer naar buiten worden gebracht. De luchtweg is een plaats waar infecties veel voorkomen. Bij infectie wordt sputum gevormd. Slijmvlieszwelling en/of sputumvorming zorgen voor turbulentie en verhogen de luchtwegweerstand ernstig. Hierdoor zal de patiënt meer moeite hebben met ademen.Hoestreflex Hoest is een fysiologische reflex om slijm (mucus) en andere stoffen uit de luchtweg te verwijderen, Tijdens het hoesten neemt de stroomsnelheid van de lucht in de luchtwegen toe, zodat het slijm loskomt en verwijderd wordt. De hoestreflex wordt opgewekt door prikkeling van hoestsensoren in de slijmvlieswand van de trachea, larynx en de bronchiën. De hoestreflex is bij diep bewusteloosheid verdwenen, waardoor een hoge kans op longontsteking aanwezig is.
FUNCTIESTOORNISSEN MET BETREKKING TOT DE LUCHTWEGEN
De hoge luchtwegen -Bewusteloosheid: Bij bewusteloosheid valt de slikreflex uit waardoor de tong in de keel kan zakken.-Neurologische uitval: Bij cerebrale uitval of hersenstamproblemen is vaak de slikreflex verstoord. De patiënten kunnen zich verslikken.-OSAS: Bij een obstructieve slaapapneu syndroom klapt de bovenste luchtweg dicht door de wand of tong. Dit gebeurt als gevolg van tonusverlies in de mond- en keelspieren.-Zwelling of oedeem in de keel: Dit gaat gepaard met een inspiratoire stridor. Bijvoorbeeld zwellingen mogelijk aan de tong, tonsillen, stembanden, epiglottis en struma.-Corpus alienum: Een lichaamsvreemd voorwerp dat de hoge luchtweg geheel of gedeeltelijk afsluit.
-Tumor: Bij tumoren in het keelgebied kan de luchtwegdoorgang te nauw worden.
-Trismus: Een trismus wordt ook wel kaakklem of kaakspierrigiditeit genoemd. De kauwspieren zijn zodanig verkrampt dat de mond niet of nauwelijks te openen is. Hierdoor wordt de luchtweg bedreigd.De lage luchtwegen -Astma bronchiale-aanval, exacerbatie COPD en bronchospasme: De hoofdbronchi en/of bronchioli raken ernstig vernauwd. De patiënt heeft vooral moeite met uitademen.-Sputumvorming: Een overmatige aanwezigheid van slijm en sputum kan delen van de bronchus doen verstoppen.Als de patiënt ernstig ziek is en sputum taai wordt, wordt het ophoesten ervan moeilijker.-Bronchiëctasieën: Dit zijn blijvende verwijdingen van de wand van de bronchiën. In deze verwijdingen kan sputum ophopen. De oorzaak is meestal een luchtweginfectie en extreem hoesten. Dit kan leiden tot respiratoire insufficiëntie -Aspiratie: Er is iets anders ingeademd dan lucht: braaksel, water, voedsel, etc.-Corpus alienum: Hoe kleiner het voorwerp, hoe lager in de luchtwegen de obstructie kan ontstaan. In de afgesloten bronchus kan geen lucht meer in of uit. Het bloed dat langs dit deel stroomt wordt niet geventileerd.-Atelectase: Bij een atelectase krijgt een deel van de long geen lucht meer, waardoor de betrokken alveoli zullen samenvallen. Het ingeklapte longweefsel vult zich meestal met bloed, slijm, etc. en raakt geïnfecteerd.
ADEMPRIKKEL
De ademhalingsfrequentie en -diepte worden gereguleerd door het ademcentrum in de hersenstam. Het ademcentrum is gevoelig voor de pCO2 (kooldioxidespanning) en pH (zuurgraad) en reageert indirect op de pO2 (zuurstofspanning). De ademprikkel wordt via het zenuwstelsel verder geleid naar de ademhalingsspieren.Functie: Het aansturen van de spieren die betrokken zijn bij de ademarbeid, waardoor er longventilatie ontstaat.CO2 Kooldioxide/koolstofdioxide/koolzuurgas O2 Zuurstof pH Zuurgraad
ADEMCENTRUM
Kooldioxidespanning – pCO2 2
. 2 / 3
De primaire stimulatie voor het ademcentrum is de pCO2 in het bloed. Als de pCO2 oploopt, dan wordt dit een krachtige prikkel om sneller en dieper te gaan ademen om het extra kooldioxide te lozen.Zuurgraad – pH Een andere krachtige ademprikkel is de pH. De pH wordt door de ademhaling en de nieren constant tussen de 7,35 en 7,45 gehouden. Mocht de pH dalen (verzuring), dan vormt dit ook een krachtige ademprikkel. Dit is bedoeld om acidose en alkalose te bestrijden. De prikkeling van het ademcentrum reguleert ook de diepte van de ademhaling.Zuurstofdruk – pO2 In de wand van de grote arteriën zitten pO2-sensoren die gevoelig zijn voor een tekort aan zuurstof in het bloed.Perifere sensoren Naast de centraal (in de hersenstam) gelegen pCO2- en pH-sensoren bevinden zich in de aortaboog en de arteria carotis (halsslagaders) ook perifere sensoren voor de pCO2 en pH. In de wand van deze grote arteriën zitten ook pO2-sensoren (zuurstofdruk) die gevoelig zijn voor een tekort aan zuurstof in het bloed.Bij patiënten die chronisch respiratoir insufficiënt zijn (bijvoorbeeld bij ernstig COPD/longemfyseem), kan centrale gewenning van een hoge pCO2 optreden. Bij dit soort patiënten is het niet de hersenstam die de ademhaling reguleert, maar de perifeer gelegen zuurstofsensoren in de grote bloedvaten. Dit fenomeen wordt de hypoxic drive genoemd. In dit soort gevallen is de zuurgraad relatief normaal doordat de nieren overmatig compenseren met de hoeveelheid bicarbonaat in het bloed.Psychogene invloeden Er kan ook sprake zijn van een psychogene stimulatie (emoties) op de ademprikkel. Zo gaan we bij stress en pijn onbewust dieper en sneller ademhalen. Bij een aanval van psychogene hyperventilatie raakt de patiënt te veel CO2 kwijt, wordt duizelig en krijgt tintelingen in de vingers (vasoconstrictie). Bij angst kan de ademhaling stokken of verdiepen.Medicatie en drugs Bepaalde medicijnen en drugs hebben een sterk stimulerend effect op het ademcentrum. Er kan daardoor een tachypneu met respiratoire alkalose optreden, met alle bijbehorende ontregelende gevolgen.Andere medicatie en drugs kunnen ook een dempend effect op het ademcentrum hebben. Door een dergelijke demping kan een ademdepressie ontstaan waarbij zowel de diepte als de frequentie van de ademhaling afneemt. Bij een apneu of bradypneu kan direct respiratoire insufficiëntie en/of CO2-lethargie (slaapzucht) of zelfs coma ontstaan. Dit is herkenbaar aan de hoogrode en zwetende gezicht (vasodilatatie) van de patiënt, sufheid, delirant gedrag, bewusteloosheid en een heel lage ademfrequentie.Tachypneu Te snelle/hoge ademfrequentie Bradypneu Te lage/trage ademfrequentie Ademprikkel stimulerendAdemprikkel dempend Speed Cocaïne Amfetamine XTC Micoren Dopran Opioïden (morfine, heroïne, methadon) Antidepressiva Benzodiazepinen Barbituraten Alcohol Natriumbicarbonaat Ketamine Neurologische schade Bij neurologische aandoeningen (CVA, status epilepticus, ALS, hersenstamtrauma, hersentumoren) kan het ademcentrum worden beschadigd en ongevoelig worden. In ernstige gevallen kan daardoor een volledig irreversibele ademstilstand (apneu: geen lucht) intreden.
PRIKKELGELEIDING
Uit het ademcentrum gaan via het zenuwstelsel impulsen naar de ademhalingsspieren. De nervus frenicus (middenrifszenuw) vormt daarin de verbinding tussen het ademcentrum en het diafragma.
FUNCTIESTOORNISSEN MET BETREKKING TOT DE ADEMPRIKKEL
-Medicatie/drugs: Er zijn medicijnen/drugs die de bijwerking hebben dat ze de gevoeligheid van het ademcentrum dempen of stimuleren. Het gevolg is dat de diepte en frequentie van de ademhaling af- of toeneemt.-Prematuriteit/onrijpheid: Bij prematuur geboren kinderen is het ademcentrum zo onrijp dat er regelmatig apneus kunnen optreden.-Centrale slaapapneu: Dit is een stoornis van het ademcentrum waardoor de ademhaling onvoldoende gestimuleerd wordt en er kans op hypoxie (te lage zuurstofconcentratie in het bloed) ontstaat.-Zuurstoftoediening: COPD- en astmapatiënten hebben een verhoogd risico op ademdepressie, omdat zij aan een iets hogere pCO2 en lagere pO2 zijn gewend. Bij een verhoogde dosis zuurstof is er kans op ademdepressie.
- / 3